jijeJoseph Gillain, beter bekend als Jijé heeft al op vroege leeftijd aanleg voor artistieke vakken en volgt diverse opleidingen. Bij één ervan, leert hij van de schilder Léo van Houten tekenen zonder op papier te kijken. Eind jaren 30 zet hij zijn eerste schreden op het gebied van strips tekenen en tekent onder andere de strip Blondie en Binkie.

In 1939 verbind hij zich aan Uitgeverij Dupuis en tekent verschillende verhalen, zoals "Freddy Fred en het geheim van de hindoesleutel" en "Trinet et Trinette dans l'Himalaya". En in 1940 neemt hij voor twee jaar de strip Spirou et Spip over van Rob-Vel, de geestelijk vader van Spirou oftewel Robbedoes.

Na de twee jaar neemt Rob-Vel de serie weer over, maar stopt hier twee jaar later mee en Robbedoes gaat nu definitief over naar Jijé, rond 1943. In die tijd geeft Jean Doisy, hoofdredacteur van het blad Spirou (Robbedoes) en oprichter van le "Club des Amis De Spirou" (de Club van Vrienden van Robbedoes), hem het advies om Robbedoes een kameraad te geven.

Deze kameraad wordt Piet Kwabbernoot, een komische tegenhanger voor de heldhaftige Robbedoes. Dit blijkt een groot succes te zijn. Vanaf dat moment zijn deze twee helden onafscheidelijk. Tot op heden echter, verschijnen de verhalen alleen nog in het blad Robbedoes.

Na de bevrijding werd Jijé adviseur van de gebroeders Dupuis en gaat hij werken met een groep nieuwe, talentvolle tekenaars: André Franquin, Maurice De Bevere, alias Morris, Eddy Paape, Victor Hubinon, Pierre Culliford, alias Peyo, en Jean Roba. Later komen zij bekend te staan als de Schoolvan Marcinelle. Deze groep kenmerkt zich door een sterk individuele stijl, soepele lijnvoering, en meer ruimte voor humor en fantasie.

In 1946 vestigt Jijé zich samen met Franquin, Morris en Will in zijn huis in Waterloo en hier verdeelt hij zijn figuren onder de andere tekenaars/ Franquin krijgt Robbedoes en Kwabbernoot. Jijé zelf gaat zich wijden aan een biografie van Jezus Christus in gewassen tekeningen. Dit vanwege zijn sterke Katholieke geloof. Later vestigde hij zich in Amerika, samen met Franquin en Morris, en tekende daar een groot deel op van de biografie van Baden Powell.

In de loop der jaren reist Jijé veel rond, maar levert heel wat bijdragen aan het blad Robbedoes. In 1967 neemt hij het tekenwerk van Tanguy en Laverdure over van Albert Uderzo, voor in totaal 13 albums, alsook 3 afleveringen van Roodbaard. In 1974 pikte hij Jerry Spring weer op, in het blad Robbedoes.

Joseph Jijé Gillain overleed in 1980, op 66 jarige leeftijd na een lange slepende ziekte.

Bronnen:
De Zilveren Dolfijn
Wikipedia