Robbedoes heeft een lange geschiedenis. Sinds zijn geboorte in 1938, is er veel veranderd in zijn leven. Er hebben in de loop der jaren heel wat mensen gewerkt aan zijn avonturen. Naast de reguliere albums, zijn er veel bijzondere uitgaves verschenen, maar buiten de albums valt er nog veel meer te ontdekken in de wereld van Robbedoes.

1934-1945 1946-1969 1970-1980 1981-1983 1984-1997 1998 1999-2005 2006-2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019  

 

1934-1945: Het begin

Rond 1934 kwamen er in Frankrijk en Wallonië verschillende jeugdbladen met stripverhalen op het toneel. Ook Uitgeverij Dupuis speelde hierop in, door een eigen blad te lanceren. Dit blad kreeg de naam Spirou, wat Waals is voor eekhoorn. Dit blad zou al heel snel ook in het Nederlands verschijnen onder de naam Robbedoes.

Dupuis benaderde de tekenaar Robert Velter, beter bekend als Rob-Vel, om Spirou vorm te geven, en de titelreeks te tekenen. Hij gaf Spirou oftwel Robbedoes direct een metgezel: de eekhoorn Spip. Rob-vel heeft Robbedoes verhalen bedacht en getekend van 1938 tot en met 1941. De oorlog en het feit dat hij in Frankrijk woonde, maakte het niet makkelijk om ermee door te gaan, dus gaf hij de strip over aan Joseph Gillain, beter bekend onder het pseudonym Jijé.

 premerspirou spirou cover 1938  2emespirou small 

 

 

Ook Jijé voegde een belangrijk element toe aan het Robbedoes verhaal: nog een kameraad, eentje die net als Spip onafscheidelijk zou worden: Piet Kwabbernoot. Piet Kwabbernoot zou echter al na een paar verhalen verder door het leven gaan als simpleweg Kwabbernoot. Tot op dit moment verschijnen de avonturen van Robbedoes en Kwabbernoot enkel in het blad Robbedoes.

1945-1969: Franquin

Dan geeft Jijé de Robboes en Kwabbernoot strip over aan een nieuwe tekenaar die bij Dupuis komt werken: André Franquin! En vanaf dit moment beleeft Robbedoes zijn avonturen niet slechts als vervolg verhalen in een blad, maar krijgt hij zijn eigen album reeks. Als snel brengt Franquin nieuwe personnages in de verhalen, die in de verdere geschiedenis van Robbedoes en Kwabbernoot nog een belangrijke rol zouden gaan spelen.

Al in het tweede album (Een Tovenaar in Rommelgem), creëert Franquin het personnage Pancratius Edelhart Ladislas Philippus, oftwel de Graaf van Rommelgem. Deze aan paddestoelen verslingerde uitvinder, zal een goede vriend van het duo worden en zijn uitvindingen zullen hen bij vele avonturen zeer van pas komen.

Een ander uiterst belangrijk personnage wat Franquin toevoegt, in het vierde album (Robbedoes en de Erfgenamen), is de Marsupilami...Dit geel/zwarte dier met zijn meterslange staart, veroverd de harten van de lezers en weet een ieder telkens weer te verbazen. In de loop van de reeks, laten de verschillende tekenaars steeds nieuwe eigenschappen van dit bijzondere diertje zien. Vooral het feit dat Franquin dit dier zelf bedacht had, maakte hem extra speciaal en nadat Franquin Robbedoes en Kwabbernoot had overgedragen aan Fournier, heeft de Marsupilami zijn eigen strip reeks gekregen.

André Franquin tekende en schreef de avonturen van Robbedoes en Kwabbernoot van 1945 tot en met 1969, met als laatste album nummer 19, Hommeles in Rommelgem. Dit album is nog in een opzicht bijzonder, want het bevat het korte verhaal De Bravo Brothers, waarin een aantal figuren voorkomen, die in andere reeksen een belangijke rol zouden spelen. Zo is daar Noë, de man die elk dier kunstjes kan leren. Noë zal in de Marsupilami reeks regelmatig terug te vinden zijn.

En natuurlijk Guust Flater.

 rob noe bravo brothers 

In het verhaal ''Bravo Brothers'', werd de redactie van het blad Robbedoes, als decor gebruikt, wat een vetrouwd beeld is in de verhalen van Guust Flater, die ook zijn eigen reeks kreeg en de favoriet van Franquin was. In deze verhalen komt Kwabbernoot zeer regelmatig voor, maar ook Robbedoes komt zo nu en dan langs.

1970-1980: Fournier

Omdat Franquin zich wil wijden aan zijn creaties Guust en Marsupilami, geeft hij ''het potlood'' over aan Jean-Claude Fournier, die van 1970 tot en met 1980 de avonturen overneemt. De stijl die men gewend was van Franquin, verandert wel wat, maar alle vertrouwde elementen blijven. Aarts-schurk Wiebeling verschijnt in verschillende albums en het duo krijgt te maken met De Driehoek en ontmoet de Japanse illusionist Itoh Kata. Wel komen er wat thema''s voorbij die nieuw zijn voor Robbedoes en Kwabbernoot, zoals buitenaardse wezens in nummer 26, Cider voor de Sterren, en bovennatuurlijke verschijningen in nummer 27, De Doodsman. Helaas verdwijnt de Marsupilami uit het beeld...

Franquin werkt nog wel mee aan één album, samen met Roba en Greg, namelijk nummer 24, Tembo Taboe, waar de Marsupilami weer van de partij is. In dit album staat ook een verhaal van de Marsupilami. Dit is het laatste optreden van de Marsupilami in de verhalen van Robbedoes en Kwabbernoot. Wel wordt er later nog gerefeert naar de Marsupilami, maar helaas blijft het daarbij.

1980-1983: Nic en Cauvin

Het was niet gemakkelijk voor Fournier om de erfenis van Franquin voort te zetten en hij keert terug naar een reeks die hij voor Robbedoes en Kwabbernoot tekende. Zijn taak werd overgenomen door maar liefts twee mensen: Raoul Cauvin (scenario''s) en Nic Broca (tekeningen).

Het uiterlijk van Robbedoes en Kwabbernoot wordt wat kinderlijker en in de slechts drie albums, gedraagt Robbedoes zich als een bezorgde, voorzichtige vriend van Kwabbernoot. Ook hier ontbraken de bekende vrienden van het duo, zoals de Marsupilami en de Graaf van Rommelgem.

nic cauvin 1 nic cauvin 2

1984-1997: Tome en Janry

Dan in 1984 gebeurd het onverwachtte: Nic en Cauvin dragen Robbedoes en Kwabbernoot over aan Philippe Vandevelde en Jean-Richard Geurts, beter bekend als Tome en Janry! Deze twee heren brachten Robbedoes en Kwabbernoot weer terug in de glorie die ze hadden in de tijd van Franquin.


Meteen al in het eerste album van hun hand, nummer 33 (Virus), zagen onze helden er weer modern uit en beleefden ze meteen al een avontuur vol spanning, intriges en gevaar. En de Graaf van Rommelgem verscheen weer in beeld. Ook was er verwijzing naar Zwendel, in album nummer 37, De Terugkeer van Z. En Wiebeling keert ook weer eenmalig terug in de serie.

Maar daarnaast lieten Tome & Janry onze helden heel wat spannende avonturen beleven en nieuwe personnages tegenkomen, zoals Vito Cortizone. Met hun vlotte stijl, wisten ze Robbedoes en Kwabbernoot te vernieuwen en hebben ze zeker net als Franquin hun stempel op de reeks hebben gedrukt.

De heren sloegen nog een zijpaadje in en doken in de jeugd van Robbedoes. Met een album vol korte verhalen over de jeugd en geschiedenis van Robbedoes, besloten de heren hier een hele reeks aan te wijden: De Kleine Robbe. Deze serie bracht Robbedoes als een ventje op de lagere school, met een rijke fantasie en vooral een ondeugende fantasie...

tome janry 1 tome janry 2

1998: Als in een droom

Het jaar 1998 is een bijzonder jaar en moet apart vermeld worden: in dat jaar brachten Tome en Janry Robbedoes album nummer 46 uit, Als in een droom. De stijl van dit album is totaal verschillend van alle voorgaande uitgaven. De tekeningen waren zeer realistisch en oog heel donker. Dit omdat de normaal wit gekleurde randen, in dit album zwart zijn. Het is een spannend, maar mysterieus verhaal.

als in een droom 1 als in een droom 2

In dit verhaal komt een oude bekende langs: IJzerlijm. Maar in dit realistisch getekende verhaal, ziet ze eruit als een knappe blonde stoot met een kort rokje, en wil ze geen IJzerlijm meer genoemd worden, maar Sophie.

Wat de reden ook is, dit is het laatste verhaal wat Tome en Janry ons brachten. Ze gaan wel verder met de Kleine Robbe, maar Robbedoes en Kwabbernoot droegen ze over aan...

1999-2006: Morvan en Munuera

Jean-David Morvan en José-Luis Munuera. Het heeft maar liefst 6 jaar geduurd voordat er een nieuw album uit kwam. In 2004 brachten ze Parijs onder de Seine uit. Het uiterlijk van Robbedoes en Kwabbernoot keert gelukkig weer enigzins terug naar de hoogtij dagen van Tome en Janry, hoewel de stijl nog steeds erg futuristisch oogt, in de richting van de Japanse Manga strips.

In deze stijl brengen de heren nog twee albums, maar dan besluit Dupuis dat het genoeg is. Robbedoes is toch het boegbeeld van Dupuis en ze willen de stijl toch enigzins houden zoals hij was. Dat wil niet zeggen dat het niet moderner wordt...

morvan munuera 1 morvan munuera 2

2006: Oneshot en een driemanschap...

In 2006 slaat Dupuis een nieuwe weg in met onze helden. Verschillende tekenaars en scenaristen krijgen de gelegenheid om een verhaal van Robbedoes en Kwabbernoot te schrijven, zonder zich direct vast te leggen aan de reeks. Het gevolg is dat er in de periode 2006-2008 vier albums verschijnen, met verschillende verhalen en evenzo verschillende teken stijlen. Niet elk album uit deze "One Shot" reeks, valt in de smaak bij iedereen. Wel wordt snel duidelijk dat sommige van deze heren hiermee een open sollicitatie doen naar het opnemen van de reeks.

In 2008 heeft één van deze heren succes: Yann, scenarist van het One Shot album Het Graf van de Rommelgems, gaat samen met Morvan en Munuera aan het werk en het resultaat is het langverwachtte album nummer 50, Terug naar Z. In dit album keert Robbedoes terug in de tijd en bezoekt verschillende plaatsen uit eerdere verhalen. Het wachten is nu op het vervolg...